De zomertijd gaat in op zondag 25 maart 2018. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 maart zullen we de klok een uur vooruit zetten. We zullen dus een uurtje minder kunnen slapen en vanaf dan zal het een uurtje langer licht blijven. Maar waarom hebben we de zomertijd en wat levert ons het nou eigenlijk op?


In de oudheid werd het dagritme flexibel aangepast aan de lengte van de dag. Zo begon de dag voor de Romeinen bij zonsopgang en eindigde de dag bij zonsondergang. Die dag werd verdeeld in twaalf uren. De uren waren in de winter korter dan in de zomer. Toen de lengte van een uur in de Middeleeuwen werd vastgelegd op zestig minuten ontstond echter een verschil in zonuren tussen de zomer en de winter.


Vandaag de dag zetten ruim 70 landen de klok nog voor- en achteruit. De wintertijd is eigenlijk de 'normale' tijd. Die duurt vijf maanden. Het is juist de zomertijd waarbij van de standaardtijd wordt afgeweken door de klok een uur vooruit te zetten. Echter krijgen steeds meer mensen last van het tijdsverschil. Het meest voor de hand liggende voordeel van de zomertijd is dat huishoudens 's avonds minder stroom verbruiken omdat er pas later verlichting nodig is. In het Europarlement zijn de voor- en nadelen onderzocht, maar de beoogde energiebesparing zou helemaal niet worden bereikt. Maar waarom verzetten we die klok nou? Simpel: We willen dat het licht is als we wakker zijn.


Door het ingaan van de zomertijd zou je biologische klok korte tijd ontregeld worden. En die is van invloed op het cognitief en fysiek functioneren. Uit Deens onderzoek blijkt dat het verzetten van de klok direct verband zou houden met het aantal mensen dat depressief wordt. Sommige mensen krijgen last van een verstoord slaapritme of voelen zich alsof ze last van een jetlag hebben.


Het verzetten van de klok komt met voor- en nadelen. Wat is jouw gedachte bij de zomer- en wintertijd? En denk eraan; zolang de zomertijd nog niet afgeschaft is, zal je de klok toch echt een uurtje terug moeten zetten.


Zomertijd